Doe de volgende telling eens in je eigen tekst: Zoek op ik, we, wij, ons, onze en je eigen bedrijfsnaam, tel alles bij elkaar op, en doe daarna precies hetzelfde met u, uw en de naam van de opdrachtgever. Zet jij jouw lezer centraal in je aanbod?
Afgelopen week kwam ik tijdens een review voor mijn opdrachtgever uit op 159 tegen 68. Ik noem dat de WC-eend-factor: de verhouding tussen hoe vaak je het over jezelf hebt en hoe vaak over degene die je wilt overtuigen om jouw diensten of producten te kopen.
Dit is een eenvoudige test die je een goed beeld geeft. Ik hanteer daarbij geen harde grens, maar het brengt overtuigingskracht om teksten aan te passen.
Deze uitkomst verrast me niet; ik ben er zelf ook schuldig aan geweest en het blijft een valkuil; vooral door enthousiasme en overtuiging van eigen kracht en waarde.
Ik snap ook wel waar het vandaan komt. Schrijven over jezelf is lekker dichtbij en je weet waar je het over hebt. De opdrachtgever vraagt tenslotte hoe wij het aanpakken en wat wij beloven. Zelfs in een gewoon gesprek betrap ik mezelf erop dat ‘ik’ makkelijker is dan ‘jij’.
Ik ben jaloers op de mensen die ogenschijnlijk moeiteloos de ander vooropzetten.
Mijn advies: schrijf de lezer aan en zet het voordeel voor je opdrachtgever centraal. Gebruik de aanspreekvorm, benoem de rollen aan de andere kant van de tafel. De contractmanager die straks moet bijsturen, de beheerder die met jouw werk verder moet, de omwonende die er 's ochtends langs fietst. Zet vervolgens het voordeel voor hen en de opdrachtgever centraal in je belofte en hang daar je resultaten en eigen werkwijze aan op.
Wát jij doet en hoe moet er overduidelijk in staan, alleen hoort de wát het oplevert voor jouw opdrachtgever en lezers eruit te springen: het overtuigt in de tekst en laat zien dat je er voor je toekomstige of bestaande klant bent!